PUUR Zwanger
AanmeldenEN
Terug naar het blog

20 augustus 2026

Ouders van te vroeg geboren baby's dragen het lang mee

Ouders van te vroeg geboren baby's dragen het lang mee

Je staat naast een couveuse. Je handen gaan door twee ronde openingen naar binnen. Er zijn slangetjes, er piept iets, er komt iemand langs die iets doet waar je niets van begrijpt. En jij staat daar, met je kind op een armlengte afstand.

Voor het eerst is in Nederland grootschalig onderzocht wat die periode met ouders doet. De uitkomst verscheen in augustus 2026 in het vakblad Pediatrics, en die is stevig.

Amsterdam UMC, Erasmus MC en UMC Utrecht volgden 446 baby's die voor 29 weken zwangerschap werden geboren. De ouders van 217 gezinnen vulden drie keer een vragenlijst in over hoe het mentaal met hen ging: kort na de geboorte, een maand later, en rond de datum waarop hun kind eigenlijk geboren zou worden. Alle Nederlandse intensive cares voor pasgeborenen deden mee.

Ruim een derde van de moeders en bijna een op de zes vaders had rond de uitgerekende datum klachten die passen bij een posttraumatische stressstoornis. In de eerste weken was bijna veertig procent van de moeders duidelijk somber, en ongeveer twintig procent van de vaders.

Een ding in die cijfers raakte me het meest. De somberheid nam later af, terwijl de stressklachten hoog bleven. Dat zakt dus niet weg met de tijd.

Kirsten Muller, psycholoog-onderzoeker bij Amsterdam UMC en Erasmus MC, noemt herbelevingen en flashbacks, nachtmerries en stemmingen die omslaan. Ook vermijding komt voor: sommige ouders vinden het spannend om weer een ziekenhuis binnen te lopen.

Hoogleraar Lotte Haverman van het Emma Kinderziekenhuis vat de oorzaak samen in een woord: machteloosheid. Ouders kijken toe terwijl er ingrijpende dingen met hun pasgeboren kind gebeuren, en er is voor hen op dat moment weinig te doen.

De onderzoekers zagen ook wie er meer risico loopt. Ouders die al kwetsbaarder waren, door ingrijpende gebeurtenissen uit hun verleden, door eerdere psychische hulp, of door veel spanning tijdens de zwangerschap. En stress tijdens de opname zelf speelt mee. Met de meeste ouders gaat het goed, zeggen ze er nadrukkelijk bij. En de groep die klachten houdt is groot genoeg om iets aan te doen.

Iedereen die een vroeggeboorte meemaakte, weet hoe zwaar die is. Sinds dit onderzoek staat het ook in cijfers. En de onderzoekers verbinden er meteen een conclusie aan: psychologische ondersteuning voor ouders zou een vast onderdeel moeten worden van de zorg rond een vroeggeboorte. Standaard, in plaats van als extraatje voor wie erom durft te vragen.

Ze noemen daar een reden bij die verder gaat dan het welzijn van de ouders zelf. Klachten die blijven hangen hebben ook invloed op de ontwikkeling van het kind. Ouders helpen is dus het gezin helpen.

Heb jij dit meegemaakt, dan is dit misschien vooral een stuk erkenning. Dat je nog steeds schrikt van een piepje. Dat je die eerste weken kwijt bent. Dat je het verhaal wel kunt vertellen en er ondertussen naast staat. Dat je partner er anders in zit dan jij, en dat jullie er samen moeilijk over praten. Dat hoort bij wat je hebt meegemaakt, en je bent er allesbehalve de enige in.

Een van de onderzoekers zegt iets waar ik het mee eens ben: een goede voorbereiding kan ouders helpen om er beter mee om te gaan, en of het klachten voorkomt is nog onbekend. Ik ga hier dus geen belofte van maken. Ik weet wel dat een verhaal dat je een keer helemaal hebt kunnen vertellen lichter wordt om te dragen.

Het ziekenhuis waar je kind lag heeft vrijwel altijd een eigen psycholoog of maatschappelijk werker verbonden aan de afdeling. Je mag daar ook maanden later nog naar vragen. De huisarts is een goede eerste stap en kan doorverwijzen naar een POP-poli, een polikliniek voor psychische klachten rond zwangerschap en geboorte. Er bestaat sinds 2019 een Nederlandse richtlijn voor geboortegerelateerde PTSS, dus je zorgverlener kan daarop teruggrijpen.

Care4Neo is de ouder- en patientenvereniging voor ouders van te vroeg geboren kinderen. Zij werkten mee aan dit onderzoek en organiseren lotgenotencontact.

Bron: de landelijke HIPPO-studie, een samenwerking van Amsterdam UMC, Erasmus MC, UMC Utrecht, Neonatologie Netwerk Nederland en Care4Neo, gepubliceerd in Pediatrics op 17 augustus 2026.